Levenslang leren II

Bij deze het vervolg op de vorige post. De tweede dag zou de nadruk liggen op libellen en juffers. Maar moeder natuur, God zij dank hebben we haar niet in de hand, besliste die ochtend dat er niet zo heel veel te zien waren. Al bij al mag mogen we niet klagen, we kregen verschillende soorten voor de lens maar de klap op de vuurpijl (vb. een mooi viervlek die theatraal poseert met zijn bedauwde vleugels op een vrijstaande grasspriet met een vrije achtergrond en fantastisch tegenlicht bij opkomende zon) ontbrak ;-). 

Reden? Mij onbekend. De dagen ervoor waren ze er blijkbaar wel. Was het te warm geweest die nacht? Zat de opkomende wind en regen er voor iets tussen of was het gras gewoon groener aan de overkant? Het maakt niet uit. In willekeurige volgorde zie je:

  • Larvenhuid van een uitgeslopen juffer
  • Tengere grasjuffer
  •  Lantaarntje: blauwe exemplaren zijn mannetjes, de rode een vrouwtje
  •  De bruine winterjuffer
  •  De blauwe breedscheenjuffer

Libellen en juffer hebben voor mij altijd iets magisch gehad, al van jongs af aan. Vraag mij niet waarom. Is het hun bijna robotachtige verschijning? of hun eerder prehistorische look? Feit is dat ze al sinds dan op onze planeet rondvliegen en dat er toen exemplaren waren met een spanwijdte die groter is dan die van menig vogel vandaag. Dat moeten tijden geweest zijn. 

Naast de juffers hierboven deel ik tot slot ook nog graag de laatste reeks aan andere insecten vanop deze ochtend. Het soldaatje en de blinde bij zag je al. Nu komt er nog de tijgerspin en het icarusblauwtje. Waarom deze kleine blauwe vlinder naar Icarus genoemd is, heb ik (nog) niet gevonden.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *